Overprikkeld, maar niet door prikkels

We krijgen per dag meer prikkels binnen dan de mens in de oertijd in een jaar, zeggen ze. Dat eist z’n tol; overprikkeld zijn. Misschien ken je het wel. Chaos. Teveel geluiden. Teveel dingen die afleiden. Te druk. Het gevoel dat het allemaal teveel is. Zeker tijdens een feestje met je verjaardag of de kerstdagen. En juist in de drukkere periode van de feestdagen denk je: ik heb geen tijd om te ontprikkelen. Geen moment van rust. Geen ruimte voor mindfulness of filosofie. Maar niets is minder waar; dit is hét moment om je filosofische houding te oefenen. Vooral de stoïcijnse filosofie kan hierbij helpen. Want: je bent overprikkeld, maar niet door de prikkels.

En in alle eerlijkheid: ik had bij het schrijven deze blog recent misschien nog harder nodig dan jij nu.

Persoonlijke aanleiding: mijn overprikkeling tijdens de kerstdagen

Ik hou van gezellig met familie en vrienden zijn. Toch: de hoeveelheid geluid en een goede gastheer willen zijn, kan wat stress geven. En sinds de kleine kinderen erbij, en het aantal kinderen dat mee komt op visite, groeit de kakofonie van geluiden, de zorgen, de verantwoordelijkheden en de hoeveelheid dingen die je moet doen tijdens zo’n feestje. Vooral het opletten of ze geen onveilige dingen doen, iets kapot maken, te druk en te luid zijn voor mij of voor anderen, enzovoort. Ik merk dat ik daardoor moeilijker kan ontspannen en genieten.

Met overprikkeling bedoel ik hier: een toestand waarin indrukken elkaar zo snel en onafgebroken opvolgen dat het vermogen om te onderscheiden wat aandacht verdient en wat niet, tijdelijk wegvalt. Dit is geen diagnose en geen stoornis; ik beschrijf een ervaringswijze. Overprikkeling is in mijn geval eerder een probleem van aandacht en oordeel, dan van externe omstandigheden alleen.

Misschien herken je dit wel, als je zelf kleine kinderen hebt. Of misschien is het voor jou iets heel anders. Ik neem mijn eigen ervaring nu als uitgangspunt om het dicht bij de praktijk te houden, maar het is op allerlei situaties toepasbaar.

Bij mij gebeurt dan (in het slechtste geval) het volgende, zoals afgelopen kerstavond.

Zintuiglijke en mentale verzadiging

  • De geluiden, chaos, het eten bereiden en een oogje op de kinderen houden, is een belasting die zich in de loop van de avond opbouwt;
  • Ik stel hoge eisen aan mezelf, mijn vrouw en onze kinderen op dat moment;
  • Te drukke kinderen die zich niet enigszins opgevoed gedragen, triggeren mij. Door de hoeveelheid beweging, geluid, maar ergens ook schaamte als ze zich niet goed gedragen, zorgen of andere mensen er geen last van hebben, ze onveilige dingen doen (voor zichzelf of de omgeving), opmerkingen van andere ouders, enzovoort;
  • Als andere kinderen aanwezig zijn en hun ouders (naar mijn mening) niet goed opletten, kan me dat irriteren. Dat was deze kerst overigens niet het geval, maar soms op andere momenten heb ik dat wel ervaren. Ik voel me dan de enige van de aanwezige ouders die daarop let en ingrijpt wanneer het nodig is;
  • Gezelliger word ik er niet van en effectief is het ook niet. Ik word wat prikkelbaar, sluit me af en kop frustratie op. Dat kan op momenten tot (gecontroleerde) ontploffinkjes leiden, dat ik kribbiger reageer dan nodig.
  • ’s Avonds laat baal ik ervan en ’s ochtends blik ik wat gefrustreerd terug. Het kan een neerwaardse spiraal worden, omdat ik in het volgende feestje al geen zin meer heb.

Ik besloot dat ik dit niet meer wilde. En ik vroeg me af: ben ik soms toch op de een of andere manier overgevoelig voor prikkels?

Op Eerste Kerstdag ben ik volgens de stoïcijnse principes gaan onderzoeken wat er mis gaat, en wat ik anders kan doen. Een mooie aanleiding om te oefenen met wat de Stoa ons leert.

En de stoïcijnen geven het rechttoe, rechtaan.

Je lijdt niet aan prikkels. Je lijdt aan overtuigingen.

Geluid, drukte, chaos, dat zijn indrukken (phantasiai). Dat is op zichzelf wat het is, voordat je er oordelen over geeft. En de andere aanwezigen hebben er blijkbaar minder last van. Wat je dan opbreekt, is dat je instemt (sunkatathesis) met een verkeerde indruk. Niet wat er feitelijk gebeurt, maar wat je ervan vindt, welk oordeel je erover hebt.

Zoals Epictetus zegt: “Het zijn niet de dingen die mensen van streek maken, maar hun oordelen over de dingen.” (Encheiridion: 5). En hoewel dat tegenwoordig misschien klinkt als een soort omdenk-slogan, zit er veel meer in. Het is een diagnose van wat er gebeurde en een beginpunt voor verder onderzoek. 

De prikkels zijn namelijk niet het probleem. Het punt is niet je zenuwstelsel, maar je morele reflex.

Overprikkeling ontstaat wanneer:

  • indrukken zich opstapelen
  • instemming automatisch volgt
  • er geen pauze meer is voor oordeel.

Het leidende deel van jezelf (hegemonikon) raakt overbelast, niet omdat er te veel gebeurt, maar omdat alles tegelijk serieus wordt genomen.

Instemming met een verkeerde indruk

Het probleem zit hem in instemming met onjuiste indrukken. Bijvoorbeeld de volgende drie.

Instemming 1: “Dit mag zo niet zijn”

Je hoort lawaai en je zegt innerlijk: “Dit is verkeerd. Dit hoort niet.” Dat is een morele inkleuring die je eraan geeft, die je toevoegt aan het feit dat plaatsvond. Feit: kinderen maken lawaai. Of in ieder geval: ze roepen en bewegen soms veel. De inkleuring: “Dat is niet goed. Ze zouden stil moeten zijn, moeten luisteren, rustig blijven.”

Wat zij doen is niet moreel goed of fout, het zijn kinderen. Je mag ze corrigeren als dat je rol is, maar het is niet alsof kinderen niet kind mogen zijn. Het zou onredelijk zijn om dat te verwachten. Evenals dat prikkels je niet mogen vermoeien; het is ontkenning van de werkelijkheid. Het begint met erkennen dat nu eenmaal is wat er is, en van daaruit kun je bepalen wat het beste is om te doen.

Wat is er eigenlijk zo erg? Natuurlijk, je wilt ze opvoeden, maar dat is het punt van frustratie niet. Je doet alsof jou iets wordt aangedaan, maar ze brengen jou ook geen schade toe, niet in morele zin. Ze ontnemen je niet de mogelijkheid om een goed mens en een goede ouder te zijn. Sterker nog, ze geven je een situatie om je morele waarde als mens en ouder te oefenen en te laten zien.

Wat zij doen is in die zin moreel neutraal; wat jij doet, maakt of er iets goeds of slechts gebeurt. Dat is aan jou en ligt binnen je macht. Daar moet je je, zonder boosheid, op richten.

Instemming 2: “Het is mijn taak dit te corrigeren”. Of: “Iemand moet het doen”

Stoïcijnen zeggen niet dat je dan maar niets moet doen. Je kunt best ingrijpen, bijvoorbeeld als ze regels overtreden, andere gasten storen, het onveilig wordt of ze roekeloos zijn.

Hier kan je in verwarring raken als je niet goed onderscheidt wat daarin daadwerkelijk aan jou is.

Dat wil zeggen, als je niet alleen doet wat je rol van je vraagt (ingrijpen, corrigeren, opvoeden), maar ook doet alsof het volgende allemaal binnen jouw macht ligt: het innerlijk van de kinderen, hun impulsen, hun timing, de mate waarin (of: het onvermogen van) het kinderbrein je wensen aan te voelen en te verwerken en omzetten tot actie. Dat heb je nu eenmaal niet voor het zeggen, hoe graag je dat misschien ook zou willen.

Als je dat niet verwacht en inziet dat je morele verontwaardiging misplaatst is, hoef je ook niet boos te worden als je actie tot niets leidt. Jouw reactie, en wat je kiest om te doen, dat is wél aan jou. Dáár ligt je morele verantwoordelijkheid; met welke houding en intentie jij iets doet en omgaat met de situatie. Zij krengen jouw morele keuze niet, dat doe je zelf. Je woede op hun richten is dan onredelijk én werkt averechts.

Neem de verantwoordelijkheid voor je keuze

Het gaat verder. Wat je ook kiest om te doen: draag de gevolgen dan ook als product van je eigen keuze, in plaats van iets dat je alleen maar overkomt.

  • Of je laat ze begaan, maar dan moet je ook stoppen met zeuren en niet gefrustreerd zijn. Jij kiest ervoor om ze te laten gaan, dus accepteer dan ook de consequenties en ontplof niet (Zie je wel! Ik dacht wel dat het glas om zou gaan!) uit opgekropte emotie.
  • Of je corrigeert ze. Maar dan is dat je keuze en misschien luisteren ze niet, of niet in 1x. Ook dat weet je van te voren en kun je aanvaarden als iets dat er nu eenmaal bij hoort. Je kunt ze beter kalm corrigeren en aanspreken, in verbinding, in connectie en met oogcontact, dan door de kamer te roepen.

Geldt voor kinderen, je partner, collega’s, wie dan ook.

Als jij bewust en weloverwogen de keuze maakt die je redelijk acht, dan kun je daarop trots zijn, ongeacht de uitkomst. Je onderscheidde wat aan jou was en wat niet en koos vanuit de juiste intentie en houding je actie.

Instemming 3: “Ik heb alleentijd nodig om op te laden”

Na zo’n avond ben ik op. Hoe verder op de avond, hoe kribbiger – en dat wil ik vooral niet laten merken, dus ik hou het zo goed als het gaat binnen. De volgende dag opladen gaat langzaam. Ik heb het idee dat alleentijd helpt, maar dat is er niet altijd.

Maar eigenlijk zit het probleem ergens anders. Namelijk dat we de rust pas zoeken nadat we uitgeput zijn. De rust die we zoeken hoeven niet per se pas de dag erna beschikbaar te zijn en te bestaan uit stilte en eenzaamheid. Je kunt de rust vinden temidden van alle prikkels. Maar die mogelijkheid zocht je niet écht, omdat je instemde met de onjuiste indruk dat alleentijd de enige serieuze optie is en je er ‘niet aan kon doen’ dat je je zo voelde.

Om die rust te vinden kun je de volgende oefening doen.

Oefening: stoïcijns in het moment

Filosofie is niet alleen theorie; dit is waar filosofie tot leven komt in de praktijk. Dit is het echte werk. En de volgende oefening helpt,

Hoewel een stappenplan de stoïcijnse filosofie tekort doet, kan het wel helpen als geheugensteun zolang je het in de bredere stoïcijnse leer blijft plaatsen. En let op: deze oefening gaat vooral over jezelf en jouw ervaring van overprikkeld zijn, niet over de opvoeding van kinderen.

Stap 0: Herken het moment van overbelasting

Zodra je voelt dat het teveel wordt, Stop dan even. Niets doen, eerst voelen en onderzoeken. Neem een moment om de indruk aan de poort tegen te houden, voor je hem binnenlaat als waarheid; het is slechts een indruk, niet per se een werkelijkheid. Hou hem tegen het licht.

Stap 1: Benoem wat dit is

Het is lawaai. Geen onrecht. Geen chaos. Niet respectloos. Niet moreel onacceptabel. Alleen: lawaai. Voeg er geen morele lading of dramatisering aan toe; hou het bij de te observeren feiten. Alleen maar lawaai? Ja, alleen maar lawaai.

Stap 2: Onderscheid wat aan jou is en wat niet 

Vraag jezelf wat je eigenlijk impliciet eist, dat niet redelijk is en niet aan jou. Het antwoord is bijvoorbeeld: gehoorzaamheid, stilte, redelijkheid (van een ander / van een kind) of gewoon ‘dat het nu eindelijk eens ophoudt’. Je windt je op over iets dat niet aan jou is en het onredelijke eist. Sta daar even bij stil. Soms valt een deel van de spanning dan al weg.

Zeg dan: “Hun geluid is niet van mij. Mijn reactie is van mij. Zij brengen mij geen schade toe, dus waar zou ik boos over moeten zijn?” Niet om je gevoel te onderdrukken, maar om af te bakenen waar je je op moet richten. Rust is geen morele maat. Wat je kiest om te doen (prohairesis) wél.

Stap 3: Kies je rol (niet hun gedrag)

Je rol is vader/moeder. Geen ordehandhaver, morele rechter of zenuwstelsel van het huishouden. En misschien ben je oom, tante, of vriend van de familie. Dat bepaalt mede welke handeling passend is en welke niet. En voordat je anderen (of andere ouders) gaat corrigeren; werk eerst maar eens aan jezelf en hoe jij bent in deze situatie.

Is het jouw rol om te corrigeren? Prima, maar doe het dan ook als redelijke opvoeder, niet als gekrengd klein ego.

Stap 4: Handel (minimaal)

Nu pas doe je iets. En dat iets kan klein zijn. Soms niets, omdat je erachter kwam dat je indruk onjuist was. Of misschien moet je wel ingrijpen, maar doe dan precies genoeg. Bijvoorbeeld: haal je kind even uit de drukte, kom op gelijk niveau met het kind, kijkt het in de ogen, maakt connectie en bent duidelijk in wat je wilt. Geen emotionele lading, kalm. Steviger moreel corrigeren kan natuurlijk wanneer er opzettelijke schade is, zoals liegen, pesten, wreedheid, of herhaald gedrag dat anderen schaadt.

Terugtrekken zonder schaamte

Als jij al over de rooie bent: niet corrigeren. Dan ben je niet bevoegd. Bij lichamelijke overbelasting verlaagt je morele ambitie. Dan corrigeer je (te veel, te hard, te laat) omdat je spanning wilt ontladen, niet omdat het nodig is. Begrijpelijk, maar niet stoïcijns.

Pas je streven aan de omstandigheden aan, niet omgekeerd.

Wanneer je lichaam uitgeput is, eis dan niet van jezelf wat alleen een uitgerust mens kan. En gebruik die uitputting niet als rechtvaardiging om je karakter te laten vallen. Het gaat om de lange termijn opvoeding en niet je eigen frustratie botvieren om je punt te maken.

Tot slot: vrijheid midden in de herrie

Overprikkeling bleek morele verwarring. Geluidsgolven zelf zijn het probleem niet. Dat de kinderen druk zijn tijdens een feestje is ook niet zo gek. Wat er mis ging, samenvattend:

  • Je wilt rust, maar je weigert los te laten wat niet van jou is.
  • Je corrigeert te veel niet omdat het nodig is, maar omdat je moreel gespannen bent.
  • Je raakt overprikkeld niet omdat je zwak bent, maar omdat je denkt dat je alles moet dragen.
  • Je verdriet achteraf is geen teken van falen, maar van verkeerde toewijzing van verantwoordelijkheid.

De dag erna was Eerste Kerstdag en gingen we bowlen en steengrillen met het andere deel van de familie. Ik nam mezelf voor: wat er ook gebeurt, ik ga er op een goede manier op reageren. Mijn zorgen vooraf, als het niet gaat zoals ik zou willen; het zijn indrukken waar ik niet zomaar mee in moet stemmen. Pauzeren en bewust kiezen wat ik wil doen, niet denken aan wat anderen eventueel vinden. Trots mogen zijn op hoe ik dat zou aanpakken, zelfs al zou het resultaat minder zijn (of beter gezegd: anders) dan ik misschien zou willen. 

En dat lukte. En het uitte zich op een andere manier dan mensen denken als ze oppervlakkig naar het stoïcisme kijken. Ik werd niet koeler, rigide en afstandelijker, maar warmer, redelijker en meer in verbinding met mijn kinderen én mijn omgeving. Dat is waar de stoïcijnse praktijk laat zien wat het waard is. 

En verder

En het gaf me aanknopingspnunten voor twee andere oefeningen: een terugblik ’s avonds voor het slapen (link volgt) en een mentale voorbereiding op het volgende feestje (premeditatio malorum).

Scroll naar boven