Ridder Seraphina en de Draak

Kalme strijder

Er was eens een ridder genaamd Seraphina. Ze was anders dan andere ridders. Haar harnas glom niet in de zon, en ze zwaaide niet met haar zwaard om indruk te maken. Haar harnas was van soepel leer, stevig en doorleefd, met de sporen van vele reizen. Het zwaard dat aan haar zijde hing, werd zelden getrokken. Maar als het nodig was, was het scherp en paraat.

Wat Seraphina echt bijzonder maakte, was haar scherpzinnigheid, haar rechtschapenheid en een moed die niet voortkwam uit kracht, maar uit inzicht.

Op een dag hoorde Seraphina dat een draak een jonkheer gevangenhield op een hoge bergtop. De mensen van het dorp Sogol fluisterden over de vurige adem van de draak en de schrik die hij bracht. “Wees voorzichtig,” riepen ze haar na, terwijl ze haar paard beklom.

Seraphina glimlachte alleen. “We zullen zien,” zei ze kalm en reed richting de bergen.

De verschrikkelijk draak

Toen ze bij de berg aankwam, keek ze rond. De omgeving was stil en somber, alsof zelfs de wind liever een andere route koos. Het weinige groen dat er groeide, leek moe en vergeeld. Aan de voet van de berg lag de grot van de draak, een donkere opening waaruit een warme, bedwelmende lucht naar buiten stroomde. Seraphina betrad de grot zonder aarzeling.

Binnen schitterden de gouden schubben van de draak in het flakkerende licht. Zijn ogen, als geslepen edelstenen, doorboorden haar met een blik die zowel wijsheid als dreiging in zich droeg.

“Ik kom niet om met je te vechten,” zei Seraphina. “Ik wil weten waarom je de jonkheer hier houdt.”

De draak schudde langzaam zijn kop. Zijn stem, diep en rollend als donder, vulde de grot. “Ik hou hem niet vast. Hij is hier al zolang als ik besta. Hij wil zelf niet weg en praat niet met mij. Dus vraag het hem maar.” Hij schoof zijn massieve lijf opzij en gebaarde met een reusachtige vleugel naar een donkere gang.

Verbaasd maar vastberaden liep Seraphina verder de duisternis in. Aan het eind van de gang vond ze een wenteltrap. De draak blies een gecontroleerde vlam, en de toortsen aan de muren flakkerden tot leven. Seraphina begon haar klim.

De Ziel alleen

Eenmaal boven viel er daglicht door spleten in de berg naar binnen. Stralen doorkliefden de duisternis, zichtbaar in de stoffige lucht. Stapels boeken, schilderijen en half afgemaakte beelden lagen verspreid. Midden in deze chaos zat de jonkheer Erlan, een jonge man met een bleek gezicht en een schichtige blik. Hij schrok op toen Seraphina binnenkwam.

“Ben je gekomen om me te redden?” vroeg hij met een stem die ergens tussen hoop en angst in zat. “Misschien,” zei Seraphina met een lichte glimlach. “Maar waarom zit je hier eigenlijk? De wereld buiten wacht op je.”

Erlan wendde zijn blik naar de vloer. “Ik… ik kan niet. Ik ben bang voor de draak. Alleen al de gedachte aan hem maakt me zwak. Hier ben ik veilig. Hier kan ik maken wat ik wil.”

Seraphina liet haar blik over de stapels kunstwerken glijden. Schilderijen met heldere kleuren, maar onaf. Beelden die krachtig leken, maar halverwege de vorming waren gestopt. “En hoe is de draak hier gekomen?” vroeg ze, alsof ze zijn kunst slechts terloops had opgemerkt. Erlan bleef stil. Na een lange aarzeling zei hij zachtjes: “Hij was er opeens. Ik heb hem nooit gezien, maar ik voel hem altijd. Hij is er gewoon.”

“En toch houdt hij je tegen,” merkte Seraphina op. “Wat maakt hem zo gevaarlijk?” Erlan’s stem sloeg over. “Hij zal me verbranden of opeten als ik te dichtbij kom!”

“Interessant,” zei Seraphina, haar toon luchtig. “Dus je weet niet wanneer hij kwam, je hebt hem nooit gezien, en hij heeft je nooit pijn gedaan. Maar toch geloof je dat hij dat zal doen?” Erlan knikte zwijgend, alsof hij zelf verbaasd was over zijn eigen antwoord.

Ze veranderde van aanpak. “Waar gaat je kunst eigenlijk over?” Erlan’s ogen lichtten op. “Leven in harmonie met je innerlijke zelf.”

“Een mooi streven,” zei Seraphina. “Leef je in harmonie met jezelf?” Hij hapte naar woorden, maar Seraphina onderbrak hem. “Je naam, Erlan, betekent ‘dienaar van de gemeenschap.’ Kun je in harmonie leven zonder je gemeenschap te dienen?”

Hij zei van niet. “Ik wil het wel, maar de draak houdt me tegen.” Erlan keek haar aan, zijn angst wankelend tegenover haar vastberadenheid. “Wat als ik sterf?” Seraphina’s stem was zacht maar onwrikbaar. “Als je hier blijft, ga je ook dood. Alleen langzaam.”

“Kom mee,” zei ze. “Laten we samen naar de draak gaan.” Erlan slikte en stond langzaam op. Samen daalden ze de trap af naar het hol van de draak, waar het majestueuze beest hen rustig opwachtte.

Dubbelzicht

De draak wachtte hen op, zijn vurige ogen gericht op de jonkheer. Erlan huiverde en fluisterde: “Ik had eigenlijk gehoopt dat je nu zou zeggen dat ik hem had ingebeeld, Seraphina…” Maar Seraphina zei niets en plantte haar voeten stevig in de aarde, klaar voor wat er zou komen.

De draak snoof zachtjes en sprak met een stem die diep in hun botten dreunde: “Nee, ik ben hier. Hoe zou het anders kunnen zijn? Weet je het niet meer, Erlan?” Hij leunde iets dichterbij, zonder dreiging. Zijn stem vulde de grot, alsof hij niet alleen sprak, maar ook iets ouds en waarachtigs in beweging bracht.

“Eerst kwam je naar de berg om je terug te trekken. Je isoleerde jezelf van Sogol en dacht alleen aan jezelf. Toen je niets meer gaf om anderen. Je gaf jezelf over aan je angst, je trots, je lafheid – alles onder de deken van ‘harmonie’. Alles om kalm en vredig te zijn. En toen ben ik ontstaan. Eerst als klein hagedisje, nu als draak, wie weet wat ik nog kan worden! Ik ben echt, net zoveel als jij bestaat. Ik bén jou.”

Erlan’s adem stokte. Hij staarde de draak aan, zijn blik vol verwarring en herkenning. Hij zag de draak door zijn ogen, en door de ogen van de draak zichzelf. Even leek hij in twee werelden tegelijk te bestaan.

“Kijk hem aan, Erlan,” zei Seraphina met een zachte maar onwrikbare stem. “Kijk jezelf aan.”

Erlan richtte zich op. De draak brulde niet, blies geen vuur. Hij keek hem slechts aan, met een blik die zowel kracht als begrip uitstraalde. En toen, in een moment van helderheid, deed Erlan een stap naar voren.

De draak was niet meer te zien. Erlan voelde hem wel, diep in zijn borst. Maar hij wist nu dat hij zichzelf kon leiden, draak of geen draak.

Erlan zag Seraphina. “Was ik al die tijd hier? Of was ik daarboven?” vroeg hij, op zoek naar verklaringen. “Dat maakt niet uit,” zei Seraphina met een warme glimlach. “Wat telt, is dat je nu je plek inneemt. Het dorp heeft je nodig, en jij hebt hen nodig.”

Erlan knikte langzaam.

Leven in harmonie

Samen keerden ze terug naar Sogol, waar Erlan zijn leven hervatte. Vanaf die dag stopte hij met schrijven over harmonie en begon hij het werkelijk te leven.

En Seraphina? Die reed verder, haar volgende avontuur tegemoet, met een glimlach die niemand kon doorgronden.


Meer lezen over het karakter van Seraphina, en wat te denken van het leven in harmonie in het dorp Sogol, wat toch best wel lijkt op het Griekse ‘Logos’? Lees dan hier een artikel over het stoïcisme.

Scroll naar boven