Vooruitdenken zonder piekeren: premeditatio malorum

De stoïcijnen kennen de oefening ‘premeditatio malorum’. Dat kun je vertalen als ‘voorbeschouwing op de slechte dingen die je kunnen gebeuren’, of ‘negatieve visualisatie’. Klinkt niet zo gezellig. En lange tijd sprak de oefening me dan ook niet aan. Ik pieker van nature al veel, ik zie vanzelf al veel beren op de weg. Waarom zou ik dat nog meer opzoeken? Het leek me een onnodige kwelling. Maar.. pas later begreep ik dat het anders is. Wat dan, dat vertel ik in dit artikel.

Premediatio Malorum is geen negatief denken, maar positief inzicht trainen

Mijn eerdere, onjuiste, interpretatie was, dat ik vooraf ging bedenken wat er allemaal mis kon gaan. En hoe ik dat a) zou voorkomen en b) zou oplossen als het toch zou gebeuren. En dat vergrootte dan alleen maar mijn zorgen. Bijvoorbeeld: stressen over de deadline van een project. Piekeren over wat ik allemaal moet doen om te versnellen, en overdenken wat ik zou doen en zeggen als de deadline gemist zou worden. En dan boos worden op mezelf omdat ik pieker.

Dat is niet de stoïcijnse oefening. 

Want, zoals je misschien eerder hebt gelezen, valt het missen van een deadline en de consequenties daarvan buiten je morele keuze. In andere woorden: buiten je macht, buiten je controle, het is niet aan jou. En zodoende is het ook moreel neutraal; het missen van een deadline maakt je niet per se een ongelukkig of een slecht mens – dat staat er los van. Het is niet het missen van de deadline zelf dat ons raakt – wij pijnigen onszelf met onze oordelen erover; het niet willen onderaan van eventuele gevolgen, de deuk die ons ego oploopt, de angst voor wat anderen vinden. Het missen van de deadline ligt niet volledig binnen onze controle. Onze oordelen en hoe we ermee om gaan, liggen wél binnen onze controle.

Betekent dat, dat je met een knip van je vingers kunt zorgen dat je je geen zorgen maakt? Nee. ‘Binnen je controle’ betekent hier: het is aan jou om er iets aan te doen, het is jouw verantwoordelijkheid, en het is iets dat je kunt oefenen om beter te doen – niets of niemand anders kan dat voor jou doen.

Is het daadwerkelijk iets slechts? Meestal niet, maar toch moeilijk om ermee om te gaan

De stoïcijnse oefening is dus drieledig: 

  1. De vraag of datgene waarover ik me druk maak daadwerkelijk iets slechts is, en het echt volledig aan jou is. Vaak niet;
  2. Als het dan zou gebeuren, en wat is dan de juiste manier om daarmee om te gaan? Hoe draag ik het – ook al weet ik dat het niet daadwerkelijk iets slechts is (ik ben immers geen perfecte wijze mens)? Hoe blijf ik dan kalm? Hoe zorg ik dat ik niet in de put raak door de teleurstelling? Hoe ga ik er moedig mee om? Kan ik mijn angsten onder ogen zien? Wat maakt eigenlijk dat ik hier angstig over ben, en is dat terecht? Hoe kan ik het missen van een deadline omzetten in een oefening, waarmee ik een beter, sterker, kalmer, stabieler mens word? En waarbij ik vriendelijk blijf voor mijn omgeving en mijn rol in het grotere geheel blijf vervullen?
  3. Backup plan. Wat spreek je met jezelf af, voor als het mis gaat? Je kent jezelf: welke negatieve gewoontes heb je als je voornemen mislukt (drinken, roken, gamen, opkroppen, kort lontje) en anticipeer daarop. Spreek met jezelf andere activiteiten af, en weet van jezelf dat als je in die modus zit misschien even geen discussie met je kinderen aan gaat, tijd voor jezelf plant óf juist iets leuks doet met anderen. Of neem jezelf voor; je weet dat je hard bent voor jezelf, dus dat je de volgende keer mild wilt zijn.

Je zoekt geen uitwegen. Het anticiperen op een deadline en je werk plannen is gewoon belangrijk en misschien onderdeel van je rol die je hebt, maar dat is echt wat anders dan deze oefening. Met deze oefening train je je innerlijke houding. Zodat áls het inderdaad mis gaat, je terug kunt vallen op wat je vooraf zag aankomen. Nu is mijn deadline gemist, en is het aan mij om: moedig te zijn, het hoofd hoog te houden, niet te wijzen naar anderen (als dat niet terecht is), mezelf niet onredelijk negatief toe te spreken, enzovoort.

In de teksten van de klassieke stoïcijnen zie je verschillende voorbeelden. Ik noem twee bekende, en niet al te zware situaties.

Voorbeeld van Epictetus in het badhuis

Zakboekje van Epictetus, hoofdstuk 4 (vertaling Boter en Brouwer)

Wanneer je aan een bepaalde activiteit begint, realiseer je dan wat de aard van die activiteit is. Als je gaat baden, haal je dan voor de geest wat er zoal gebeurt in een badhuis: mensen die je nat spatten, die tegen je opbotsen, die je uitschelden, die stelen. Je zult die activiteit met minder risico ondernemen, wanneer je direct tegen jezelf zegt: ‘Ik wil een bad nemen en mijn morele keuze in overeenstemming met de natuur houden. Dit moet je bij iedere activiteit doen. Want als er dan iets gebeurt wat je bij het baden belemmert, kun je direct zeggen: ‘Dit was niet het enige wat ik wilde: ik wilde ook mijn morele keuze in overeenstemming met de natuur houden. En dat laatste zal me niet lukken als ik me boos maak om wat er gebeurt.’

Met andere woorden: je weet vooraf dat je op je werk wel eens een deadline zal missen, of dat iemand tegen je aan kan lopen op straat, of je afsnijdt in het verkeer. Dat hoort erbij, er is geen ontkomen aan. En je wilt niet alleen je deadline halen, op straat lopen of ergens naartoe met de auto, je wilt dat ook op een prettige manier doen, waarbij je kalm en gelukkig kunt blijven ondanks dat soort ‘verstoringen’. 

Een ander voorbeeld, een nog iets lichtere vorm waarbij je niet eens iets negatiefs bedenkt, maar je gewoon voorbereid op waarschijnlijke, alledaagse gebeurtenissen die je rust kunnen verstoren.

Voorbeeld van Marcus Aurelius over vervelende mensen

Marcus Aurelius, boek 2 notitie 1 (vertaling Mooij-Valk):

’s Morgens vroeg moet je tegen jezelf zeggen: vandaag zal ik mensen ontmoeten die bemoeiziek zijn, ondankbaar, agressief, onbetrouwbaar, jaloers, egoïstisch. Zo zijn ze geworden omdat ze niet weten wat goed en wat slecht is. Ik echter heb ingezien dat het goede van nature mooi en eervol is en her slechte lelijk en beschamend, en dat de boosdoener zelf, door zijn natuur, met mij verwant is, niet omdat we van hetzelfde bloed of zaad zijn, maar omdat we allebei deelhebben aan dezelfde rede, dat wil zeggen: een klein stukje van het goddelijke in ons hebben.

Daarom kan ik door geen van hen geschaad worden (niemand kan mij immers slechte dingen laten doen) en kan ik ook niet boos worden op wie met mij verwant is of hem haten. Wij zijn toch geboren om samen te werken, zoals de voeten en de handen, de oogleden en de onder- en boventanden. Elkaar tegenwerken is dus in strijd met de natuur; en zich ergeren en zich afkeren van anderen is een vorm van tegenwerken.

Marcus gaat hier nog een stapje verder. Niet alleen gaat hij er vanuit dat hij vervelende mensen tegenkomt en zich daardoor niet uit het veld moet laten slaan. Hij brengt zich in herinnering dat zij slechte dingen doen vanuit gebrekkige kennis of inzicht en dat mensen eigenlijk iets goddelijks delen en we moeten samenwerken. En dat wat een ander doet hoe dan ook niet daadwerkelijk slecht is; iemand kan je geen slechte dingen laten doen. Wat een ander doet is niet aan jou. Dat betekent niet dat je alles maar over je heen moet laten komen. Maar dat is misschien een onderwerp voor een andere keer.

Oefenen wanneer het nog makkelijk is

In deze voorbeelden zie je duidelijk: de premeditatio malorum is er niet om jezelf te kwellen, of om je zorgen te maken over de dingen buiten je macht. Maar om jezelf ‘te oefenen op het droge’, dus nu het nog makkelijk is. In het plaatje bij dit artikel zie je een kind die oefent met boogschieten. Boogschieten oefen je op een stilstaand doel; je oefent niet pas tijdens de jacht of oorlog. Dat is vaak wel wat we van onszelf verwachten: we nemen ons voor om in de roos te schieten, en eisen van onszelf dat dat ‘de volgende keer op het werk’ meteen raak is. Dat is het onmogelijke van jezelf vragen.

De premeditatio malorum is dus als boogschieten op een oefendoel. Hoe jij met situaties omgaat is bepalend voor je geluk en hoe goed je bent als mens. Dat doe je opbouwend en op een rustig moment. En niet tijdens de strijd. Met eenvoudige alledaagse situaties eerst en niet met de meest erge situaties die je je kunt bedenken.

Om meteen nog maar een vooroordeel weg te nemen over stoïcijnen: het is niet zo dat je geen emoties mag hebben, of dat je stoerder moet worden dan je bent. Het is vooraf ontwikkelen van je stoïcijnse ‘denkspier’ en in te zien dat wat je overkomt, niet daadwerkelijk slecht is in de stoïcijnse filosofie. En dan mag je blij zijn als je in vervelende situaties niet meer in een burnout, zelfmedelijden of intens verdriet vervalt, maar dat de stoïcijnse oefeningen je helpen op de been te blijven.

Hulp bij het leren van fouten

In een vorig artikel beschreef ik al een praktische situatie om op de juiste manier met indrukken om te gaan, als je overprikkeld raakt tijdens chaotische en luidruchtige bijeenkomsten. In die situatie nam ik mezelf eigenlijk al voor: de volgende keer wil ik het beter doen. Dat kan ik één keer denken en daarna weer in die situatie belanden, maar dan is de kans op herhaling van fouten groot. De premeditatio is een manier om tussentijds te oefenen, juist wanneer het nog makkelijk is. Zodat je voorbereid bent, wanneer het moeilijker is; de signalen van je eigen triggers op tijd herkennen en in herinnering roepen hoe je daarmee om wilde gaan.

Voorbeeldvragen bij de ‘premeditatio malorum’

Afsluitend, concreet een paar vragen die je jezelf kunt stellen voor de oefening:

  • Als ‘x’ gebeurt, hoe blijf ik dan kalm en beheerst zodat ik redelijk kan blijven nadenken?
  • Ik weet dat ik dit moeilijk vind en dat het niet in één keer lukt. Wat spreek ik met mezelf af om eerlijk, maar ook mild naar mijn fouten te kijken?
  • Wie vertrouw ik en vraag ik om vriendschappelijke hulp als ik uit het veld geslagen ben?
  • Welke slechte gewoontes heb ik in zulke situaties (vermijding in social media, drank, gamen, een bak ijs, terugtrekken) en wat wil ik daarvoor in de plaats stellen (sporten, mediteren, wandelen, vrienden opzoeken, mijn kinderen knuffelen).
  • Welke stoïcijnse principes moet ik ter herinnering roepen, om mijn indrukken goed te kunnen beoordelen?

Ik hoop dat je op deze manier meer uit deze oefening kunt halen, zoals mij inmiddels ook is gelukt!

Scroll naar boven